Orgels

Tempel van het museum

ORGANISATOR

  • Groot orgel Bernhard Dreymann 1840 - 1841

    Dit is, samen met dat van Onze-Lieve-Vrouw-van-Finisterrae, het oudste Brusselse orgel dat nog in werkende staat is. Het werd in 1840 gebouwd door Bernhard Dreymann de Mayence en in 1971 en 2007 gerestaureerd door Patrick Collon. Dit klavieren orgel van 15 registers werd besteld door François-Joseph Fétis, de eerste directeur van het Brusselse Conservatorium. Fétis was ervan overtuigd dat de orgelkunst in die tijd het sterkst evolueerde in Duitsland. Daarom wierf hij voor zijn school de eerste orgelleraar van ons land aan: Christian Friedrich Johann Girschner (1794-1860), afkomstig uit Spandau, en zond hij de jonge Jacques-Nicolas Lemmens (1823-1881), die hij later zou benoemen als opvolger voor Girschner, naar Adolf Friedrich Hesse in Breslau. Het is Fétis zelf die het instrument aan een expertise onderwierp.

  • Samenstelling van het orgel

    I. Hauptmanual (56)

    56 notes, C - g’’’

     

    Bourdon 16

    Principal 8

    Grossgedeckt 8

    Viola da gamba 8

    Octave 4

    Waldflöte 2

    Cornett Bass 3

    Cornett Discant 4

     

    Accouplements

    Manual Coppel

    II. Kleinmanual (56 notes)

     

    Flöte 8

    Salicional 8

    Spitzfloete 8

    Flöte 4

    Flageolet 2

    [Æoline 8]

    [Ventilzug}

    Pédale (25 notes)

     

    Subbaß 16

    Principal Baß 8

    Posaune 16

     

    Tirasses

    Pedal Coppel

  • Positif orgel Jean-Baptiste Forceville 1699 – Collon 1994

    Het betreft heel waarschijnlijk een instrument dat gebouwd werd voor privégebruik, aangezien de orgelkast bijna volledig gesloten is. Vooraan is een inscriptie te lezen ’1699 + FECIT FORCEVILLE’. Het is dus mogelijk dat het om het persoonlijke instrument ging van Jean-Baptiste Forceville (± 1660-1739). Bij diens dood vermeldt de inventaris ’een fraai kabinetorgel…’.

     

    Bij de bouw van de kapel van Karel van Lotharingen in 1760, dient Guillaume Boutmy een project in voor een orgel van 2 klavieren/26 registers dat nooit gebouwd zal worden. Het buffet van Forceville uit 1699 dat verbouwd werd om zich te integreren in een nis achterin de galerij, geflankeerd door twee kasten (voor de blaasbalgen?) zal gemaskeerd worden door een nepfaçade in stucwerk. In 1794-1795 wordt dit instrument, samen met alle meubilair van de kapel, door de Militaire Autoriteiten verkocht.

     

    In 1803 wordt de voormalige Kapel van het Hof, die sinds het vertrek van de Oostenrijkers buiten gebruik gesteld was, toegewezen aan de Protestanten van Brussel, die het Forceville-orgel in 1804 terugkopen.

     

    In 1840 zal het instrument vervangen worden door het nieuwe Dreymann-orgel en de kast, ontdaan van de inhoud, zal als bergruimte dienst doen.

     

    In 1966 vestigt Patrick Collon de aandacht van het Consistorie op de historische en instrumentale waarde van het centrale meubel. Bij de restauratie van de kapel tussen 1964 en 1971, wordt de kast van Forceville bij Patrick Collon opgeslagen, in afwachting van betere tijden.

     

    De kast van Forceville — het laatste overblijfsel van het meubilair uit de tijd van Karel van Lotharingen — zal in haar oorspronkelijke staat hersteld worden tijdens de tweede restauratie van de kapel in 1987. Dat werk wordt vervolgd door de reconstructie van het instrumentale gedeelte in 1994.

  • Samenstelling van het orgel

    48 noten, C, D - c’’’

     

    Bourdon 8

    Prestant 4

    Flûte 4

    Doublette 2

    Fourniture II

    Cornet II, cis’

  • Contact

Met de steun
van de Schepen
van Cultuur
van de Stad
Brussel